Kathmandu (Nepal), Summit hotel, vrijdagmiddag 7 november
Na 22 dagen zijn we eergisteren veilig teruggekeerd in het luxe Summit Hotel. Wat kan je dan een hete douche en een normaal toilet waarderen!
Het is een zeer vermoeiende en werkelijk avontuurlijke tocht geweest.
De dag voor vertrek ligt Louky plotsklaps met 40 graden koorts in bed: een fikse keelontsteking. Wat nu, wel of geen antibioticum (alles meegebracht) gaa slikken? Willen we de trekking doen, dan is er eigenlijk weinig keus. En inderdaad, het heeft geholpen, maar het is wel een aanslag op de conditie - vijf dagen lang hebben de beenspieren geweigerd hun normale werk te doen.
op stap, de lagere regionen
Woensdagochtend vroeg (15 oktober) om 6.00 uur ontbijt in Summit Hotel en gauw in de bus, eerst nog 6 uur hobbelen door het waanzinnige Nepalese verkeer over slechte wegen.
De eerste weken lopen we voornamelijk tussen de 600 - 1.500 meter hoogte in de hitte, plm. 25 - 35 graden C, te zwoegen door oude oerbossen, rijst- en gierstvelden, bamboe, rhododendrons zo hoog als bomen. Langoerapen in de bomen en een enkele bruine aap. Gelukkig blijven ze op afstand, want sinds 20 jaar geleden heeft Louky het niet zo op apen.
Eind van de ochtend meestal na zo gemiddeld 4 uur lopen worden we verwelkomd door de ons vorbijgelopen keukenploeg met een grote beker limonade, heerlijk. Vervolgens ergens onder een boom (vaak prachtige heilige Boeddha-bomen) wordt de lunch geserveerd, altijd warm. Na een uur gaan we dan weer op pad, een enkele keer slechts anderhalf uur lopen, maar meestal rond de drie uur, om dan op de kampeerplaats tekomen. 16.00 uur thee, tussen 17.30 en 18.00 uur valt de nacht, om 18.00 uur avondeten (altijd drie gangen), 20.00 uur slapen en 6.00 uur weer gewekt met "Good morning tea" in de tent.

Zo verlopen alle dagen zo'n beetje.
Boven de 2.000 meter
Op de negende dag (23/10) passeren we de 2.000 meter, maar aan de vegetatie is dat niet te zien. We volgen nog steeds de hard stromende rivier, die we regelmatig met hangbruggen oversteken en soms een houten brug die een persoon tegelijk kan dragen. Nog steeds oerwoud, varens en vooral niet te vergeten bloedzuigers, waar wij overigens niet echt last van hebben. Naast de vegetatie zijn er vlinders van wel 10 cm groot in de mooiste kleuren, en naast deze pracht ook enorme spinnen, waar Louky minder van gecharmeerd is. Een keer blijkt er zo'n enorm beest met hele grote zwarte, harige poten in de wc te hebben gezeten, gelukkig dat Louky dat niet gezien heeft, ze was er niet naar teruggegaan.
Langzaam wordt het koeler en kun je de herfst zien, de bomen worden kaler, de lariksen als de hoogste bomen komen in zicht en worden geel. De laatste loofbomen, berken met veel baarden, zie je hier op plm. 3.600 meter.
Echt hoog
De dagen worden korten in de zin van minder uren lopen, en langzaam stijgen we verder. Cor heeft het boven de 3.000 meter zwaar met de lucht, te weinig zuurstof, waarom groeit bij mij het aantal rode bloedlichaampjes niet aan?!? Uiteindelijk is hij toch diamox gaan slikken. Of het heeft geholpen weten we niet, want hij blijft kortademig.

Op de elfde dag (25/10) zijn we op 3.500 meter en hebben we een rustdag om te acclimatiseren. Een echte rustdag is het niet want er moet toch nog, t.b.v. de acclimatisatie, een wandeling gemaakt worden van zo'n 3 uur omhoog, en dan weer terug naar de 3500 meter.
Na de rustdag stijgen we verder naar 3.868 meter. We komen steeds meer karavanen tegen van ezels/muildieren met ongekende vrachten (later, boven de 4.000 meter, vooral ook met yaks), naar we begrijpen vooral uit Tibet.
Bij Cor verandert eigenlijk niks dan dat hij moe en kortademig is. Onze sirdar (hoofdgids, de baas van het hele spul) Damy oppert om een paard te huren, speciaal om op de vijftiende dag, 30\10, de lange zware dag over de pas van 5.300 meter te kunnen nemen. Dat is wel slikken voor Cor.
Ook op deze hoogte blijven we een dag, met een uitstapje naar 4.100 meter.
Het noodlot slaat voor Louky toe op de volgende dag (Dag 15, 29/10) als we naar de laatste kampeerplek voor de pas, naar 4.500 meter stijgen. Cor deels al op zijn paard, Louky een heerlijke gestage wandeling in rustig eigen tempo omhoog. Zij komt om half 11 op het kamp aan en voelt zich goed, eet en drinkt wat, prima. Dan de lunch om 12.30 uur en dan gaat het mis. Binnen het uur spuugt zij alles uit: hoogteziekte. Onze ervaren reisleider Marnix stopt er meteen 2 Diamox in, maar een uur later moet zij weer spugen. De enige oplossing is terug naar beneden op het paard van Cor.
Een belevenis. Langs steile afgronden op zeer smalle paadjes komt zij samen met Cor (naar beneden lopen gaat hem goed af), en de meegestuurde sherpa (gids) en drager weer beneden waar we vanmorgen waren gestart, op 3.868 meter, en slapen in een lodge. Louky nog steeds klappertandend in de ijskoude kamer onder dikke lagen in bed gelegd en Cor eet lekker.
De grote dag: de Leki pas (5.300 meter)


De volgende dag (30/10) wagen we met twee paarden een nieuwe poging: twee dagetappes ineen, stijgen op de paarden van 3.868 naar 5.300 meter (6 uren), daarna afdalen tot 3.700 meter (5 uren).
Om 5.00 uur op, hete kippensoep en dan op de paarden. Op zich geweldig, paardrijden door het hooggebergte! We rijden zes uren lang. Doordat de paarden het zware werk doen gaat het goed. O het laatst, in dikke sneeuwlagen, is het niet meer te doen voor de beesten, ze zakken sommige stappen met hele benen volledig weg in de sneeuw en liggen dan hijgend door zuurstofgebrek half op apegapen. Uiteindelijk worden ze aan een paal gezet en lopen wij de laatste pakweg 20 minuten zelf: zeer langzaam, stap voor stap door zuurstofgebrek bereiken we de 5.300 meter.
Na 22 dagen zijn we eergisteren veilig teruggekeerd in het luxe Summit Hotel. Wat kan je dan een hete douche en een normaal toilet waarderen!
Het is een zeer vermoeiende en werkelijk avontuurlijke tocht geweest.
De dag voor vertrek ligt Louky plotsklaps met 40 graden koorts in bed: een fikse keelontsteking. Wat nu, wel of geen antibioticum (alles meegebracht) gaa slikken? Willen we de trekking doen, dan is er eigenlijk weinig keus. En inderdaad, het heeft geholpen, maar het is wel een aanslag op de conditie - vijf dagen lang hebben de beenspieren geweigerd hun normale werk te doen.
op stap, de lagere regionen
Woensdagochtend vroeg (15 oktober) om 6.00 uur ontbijt in Summit Hotel en gauw in de bus, eerst nog 6 uur hobbelen door het waanzinnige Nepalese verkeer over slechte wegen.
De eerste weken lopen we voornamelijk tussen de 600 - 1.500 meter hoogte in de hitte, plm. 25 - 35 graden C, te zwoegen door oude oerbossen, rijst- en gierstvelden, bamboe, rhododendrons zo hoog als bomen. Langoerapen in de bomen en een enkele bruine aap. Gelukkig blijven ze op afstand, want sinds 20 jaar geleden heeft Louky het niet zo op apen.
Eind van de ochtend meestal na zo gemiddeld 4 uur lopen worden we verwelkomd door de ons vorbijgelopen keukenploeg met een grote beker limonade, heerlijk. Vervolgens ergens onder een boom (vaak prachtige heilige Boeddha-bomen) wordt de lunch geserveerd, altijd warm. Na een uur gaan we dan weer op pad, een enkele keer slechts anderhalf uur lopen, maar meestal rond de drie uur, om dan op de kampeerplaats tekomen. 16.00 uur thee, tussen 17.30 en 18.00 uur valt de nacht, om 18.00 uur avondeten (altijd drie gangen), 20.00 uur slapen en 6.00 uur weer gewekt met "Good morning tea" in de tent.
Zo verlopen alle dagen zo'n beetje.
Boven de 2.000 meter
Op de negende dag (23/10) passeren we de 2.000 meter, maar aan de vegetatie is dat niet te zien. We volgen nog steeds de hard stromende rivier, die we regelmatig met hangbruggen oversteken en soms een houten brug die een persoon tegelijk kan dragen. Nog steeds oerwoud, varens en vooral niet te vergeten bloedzuigers, waar wij overigens niet echt last van hebben. Naast de vegetatie zijn er vlinders van wel 10 cm groot in de mooiste kleuren, en naast deze pracht ook enorme spinnen, waar Louky minder van gecharmeerd is. Een keer blijkt er zo'n enorm beest met hele grote zwarte, harige poten in de wc te hebben gezeten, gelukkig dat Louky dat niet gezien heeft, ze was er niet naar teruggegaan.
Langzaam wordt het koeler en kun je de herfst zien, de bomen worden kaler, de lariksen als de hoogste bomen komen in zicht en worden geel. De laatste loofbomen, berken met veel baarden, zie je hier op plm. 3.600 meter.
Echt hoog
De dagen worden korten in de zin van minder uren lopen, en langzaam stijgen we verder. Cor heeft het boven de 3.000 meter zwaar met de lucht, te weinig zuurstof, waarom groeit bij mij het aantal rode bloedlichaampjes niet aan?!? Uiteindelijk is hij toch diamox gaan slikken. Of het heeft geholpen weten we niet, want hij blijft kortademig.
Op de elfde dag (25/10) zijn we op 3.500 meter en hebben we een rustdag om te acclimatiseren. Een echte rustdag is het niet want er moet toch nog, t.b.v. de acclimatisatie, een wandeling gemaakt worden van zo'n 3 uur omhoog, en dan weer terug naar de 3500 meter.
Na de rustdag stijgen we verder naar 3.868 meter. We komen steeds meer karavanen tegen van ezels/muildieren met ongekende vrachten (later, boven de 4.000 meter, vooral ook met yaks), naar we begrijpen vooral uit Tibet.
Bij Cor verandert eigenlijk niks dan dat hij moe en kortademig is. Onze sirdar (hoofdgids, de baas van het hele spul) Damy oppert om een paard te huren, speciaal om op de vijftiende dag, 30\10, de lange zware dag over de pas van 5.300 meter te kunnen nemen. Dat is wel slikken voor Cor.
Ook op deze hoogte blijven we een dag, met een uitstapje naar 4.100 meter.
Het noodlot slaat voor Louky toe op de volgende dag (Dag 15, 29/10) als we naar de laatste kampeerplek voor de pas, naar 4.500 meter stijgen. Cor deels al op zijn paard, Louky een heerlijke gestage wandeling in rustig eigen tempo omhoog. Zij komt om half 11 op het kamp aan en voelt zich goed, eet en drinkt wat, prima. Dan de lunch om 12.30 uur en dan gaat het mis. Binnen het uur spuugt zij alles uit: hoogteziekte. Onze ervaren reisleider Marnix stopt er meteen 2 Diamox in, maar een uur later moet zij weer spugen. De enige oplossing is terug naar beneden op het paard van Cor.
Een belevenis. Langs steile afgronden op zeer smalle paadjes komt zij samen met Cor (naar beneden lopen gaat hem goed af), en de meegestuurde sherpa (gids) en drager weer beneden waar we vanmorgen waren gestart, op 3.868 meter, en slapen in een lodge. Louky nog steeds klappertandend in de ijskoude kamer onder dikke lagen in bed gelegd en Cor eet lekker.
De grote dag: de Leki pas (5.300 meter)
De volgende dag (30/10) wagen we met twee paarden een nieuwe poging: twee dagetappes ineen, stijgen op de paarden van 3.868 naar 5.300 meter (6 uren), daarna afdalen tot 3.700 meter (5 uren).
Om 5.00 uur op, hete kippensoep en dan op de paarden. Op zich geweldig, paardrijden door het hooggebergte! We rijden zes uren lang. Doordat de paarden het zware werk doen gaat het goed. O het laatst, in dikke sneeuwlagen, is het niet meer te doen voor de beesten, ze zakken sommige stappen met hele benen volledig weg in de sneeuw en liggen dan hijgend door zuurstofgebrek half op apegapen. Uiteindelijk worden ze aan een paal gezet en lopen wij de laatste pakweg 20 minuten zelf: zeer langzaam, stap voor stap door zuurstofgebrek bereiken we de 5.300 meter.
Dan begint de afdaling naar 3.700 meter. Een hele zware afdaling, eerst over ijs en sneeuw, let ontzettend goed op waar je je schoen zet; later heel veel stenen en vaak heel erg steil. Aan de onderkant van de sneeuw zijn we al doodmoe, en dan nog ruim vier uren lang over de steile stenen. Over avontuur gesproken!
Als we beneden warm onthaald worden op hete limonade zijn we beiden stuk. Maar gelukkig hoeven we de volgende dag niets. We hebben de dag volbracht, op onze eigen manier.
De laatste week van de trekking
Vanaf die tijd lopen we steeds meer met zijn tweeen, de groep regelmatig ver voor ons uit, lekker in ons eigen tempo, en genietend om ons heen kijkend. Cor had gehoopt onder de pakweg 3.500 meter meer lucht te krijgen. Die lucht kwam er wel, helaas verlichting niet: elk stukje stijgen was op een gegeven moment bijna te zwaar. Achteraf blijkt dat hij een fikse verkoudheid had, die naarmate het weer warmer wordt, meer loskomt, met verhoging, en dat grote vermoeidheden meebrengt. Ongekende luxe dat zijn rugzak telkens door een sherpa wordt gedragen, tot aan de laatste middag.
Naarmate we verder dalen stijgt de temperatuur en zijn er weer de eerste bossen. We verlaten dan de witte Hymalaya punten om op de laatste dag nog een keer afscheid te kunnen nemen van al die schoonheid. Naast de apen zijn er nu ook wasbeertjes.
Naast al het natuurschoon is er 1 fenomeen: de honden. Overdag alleraardigste beesten, maar 's nachts echte etterbeesten: ze blaffen de hele boel bij elkaar, verjagen bv. de jakhalzen, houden iedereen urenlang uit de slaap.
De laatste dagen zien we regelmatig dragers met kippenflats op hun rug: vier lagen hoog. Je kan ze beter levend vervoeren dan ongekoeld als kippenvlees...
Dinsdag 4 november onze laatste wandeldag, een uur of vijf lopen. Wij lopen met een van de sherpa's over een brede weg, een verkeersweg in aanleg (project van vele, vele jaren, stort elke moessontijd weer in etc). Een niet echt mooi pad, maar het pad dat de groep volgt is behoorlijk zwaar en Cor moet zijn energie sparen.
Rond 14.00 uur komen we op ons laatste kamp aan om de volgende dag met de bus terug te rijden naar Kathmandu. Of de duvel ermee speelt: om 15.00 uur denkt Louky, ik ga even een tukje doen, en hopla, daar ligt ze opeens weer met 39,5 graden koorts in bed! De verkoudheid van Cor heeft ze in volle hevigheid overgenomen. Wat bij Cor loskwam, blijft bij Louky op de bronchien zitten.
Twee dagen in bed gelegen, vanaf woensdag dus in het Summit hotel. Na een door gehoest doorwaakte nacht vanmorgen een arts laten komen, die e.e.a. heeft voorgeschreven. Ongekende luxe dat we tot ons vertrek naar Bankok a.s. woensdag (12/11) helemaal nix (meer) hoeven en volop luxe om ons heen hebben.
Slot: de Manaslu trekking
We hebben ondanks alles een prachtige en indrukwekkende tocht gehad. De Himalaya is zooo bijzonder, alles is groot, wijds, hoog, veel. We hebben genoten, en afgezien.
Of we nog eens zo'n lange en hoge tocht maken is de vraag en voor mij (Louky) zeker niet meer in zo'n grote groep (14 personen). We hebben een goed contact opgebouwd met onze sirdar Damy en kunnen wellicht in de toekomst direct met hem een tocht maken, want het blijft een prachtig land.
1 opmerking:
Wat een extreme tocht. Goed dat jullie weer terug zijn.
Wens jullie heel veel beterschap
Gerard
Een reactie posten